Surseance of faillissement: wat is het verschil en wat betekent het voor u?

Als uw onderneming in zwaar weer zit, vallen al snel twee termen: surseance van betaling en faillissement. Ze worden vaak door elkaar gebruikt, maar het verschil is groot, en het bepaalt of uw bedrijf nog een toekomst heeft of juist wordt afgewikkeld. Wie het verschil kent, kan op tijd de juiste route kiezen, in plaats van afwachten tot een schuldeiser dat voor u doet. In deze blog leggen we helder uit wat surseance en faillissement precies zijn, waarin ze verschillen en wanneer welke route in beeld komt. Bij MKB Crisismanagement begeleiden we ondernemers dagelijks door deze keuzes.



Wat is surseance van betaling?

Surseance van betaling betekent letterlijk uitstel van betaling. Het is een tijdelijke adempauze die de rechtbank verleent, zodat u niet meteen door schuldeisers wordt leeggetrokken en de ruimte krijgt om afspraken te maken. De gedachte erachter is dat uw onderneming in de kern gezond is, maar tijdelijk niet aan al haar verplichtingen kan voldoen. Tijdens de surseance blijft uw bedrijf bestaan en blijft u, samen met een door de rechtbank aangewezen bewindvoerder, aan het roer. Het doel is herstel: met wat lucht en een goed plan weer verder kunnen.

Wat is een faillissement?

Een faillissement is het tegenovergestelde verhaal. De rechtbank spreekt het uit wanneer uw onderneming structureel niet meer aan haar betalingsverplichtingen kan voldoen en er meerdere schuldeisers zijn. Vanaf dat moment neemt een curator het over. Die verkoopt de bezittingen, het zogenoemde te gelde maken van de boedel, en verdeelt de opbrengst onder de schuldeisers volgens een wettelijke rangorde. Anders dan bij surseance is het doel hier niet herstel maar afwikkeling: de onderneming houdt in de regel op te bestaan, en u raakt de zeggenschap over het bedrijf en de bezittingen kwijt.

De belangrijkste verschillen op een rij

In de kern draait het om één vraag: blijft het bedrijf bestaan of niet? Bij surseance is het antwoord ja, het is bedoeld als redmiddel. Bij faillissement is het antwoord nee, het is een afwikkeling. Dat verschil werkt door in alles. Bij surseance houdt u samen met de bewindvoerder de touwtjes in handen, bij faillissement bepaalt de curator. Bij surseance is er ruimte om met schuldeisers tot een akkoord te komen, bij faillissement worden de bezittingen verkocht. En waar surseance vooral een instrument is voor de ondernemer die nog in een doorstart gelooft, is faillissement het sluitstuk wanneer die ruimte er niet meer is.

Wie kan het aanvragen?

Hier zit een belangrijk en vaak onderschat verschil. Surseance kunt u alleen zelf aanvragen, als ondernemer. Een schuldeiser kan u geen surseance opleggen. Een faillissement kan daarentegen worden aangevraagd door uzelf, maar ook door een of meer schuldeisers, en in bepaalde gevallen door het Openbaar Ministerie. Dat betekent dat u bij oplopende schulden niet eindeloos kunt afwachten: doet u zelf niets, dan kan een schuldeiser het initiatief overnemen en zelf uw faillissement aanvragen. Juist daarom loont het om vroeg te handelen.

Wat gebeurt er met uw schuldeisers?

Ook in de behandeling van schuldeisers verschillen de twee. Een surseance geldt alleen voor de concurrente, oftewel gewone, schuldeisers. Preferente schuldeisers zoals de Belastingdienst en het UWV vallen erbuiten en kunnen hun vordering blijven innen. Dat is meteen de zwakke plek van surseance: als juist de fiscus een groot deel van uw schuld vertegenwoordigt, biedt het uitstel maar beperkt soelaas. Bij een faillissement vallen alle schuldeisers onder de wettelijke rangorde, waarbij preferente schuldeisers eerder aan de beurt komen dan gewone.

Van surseance naar faillissement: hoe vaak gebeurt dat?

In de praktijk is surseance vaker een tussenstap dan een eindstation. Lukt het tijdens de adempauze niet om met de schuldeisers tot werkbare afspraken te komen, of blijkt de onderneming toch niet levensvatbaar, dan eindigt de surseance alsnog in een faillissement. Dat is geen schande, maar wel iets om vooraf te weten: surseance is geen garantie op redding, het is ademruimte om een reële kans te benutten. Of die kans er is, hangt af van uw cijfers, uw schuldenlast en de bereidheid van uw schuldeisers om mee te bewegen.

Is er een alternatief? De WHOA

Sinds 2021 is er een derde route die tussen surseance en faillissement in zit: de WHOA, de Wet homologatie onderhands akkoord. Daarmee kunt u uw schuldeisers buiten een faillissement om een akkoord voorleggen, en de rechter kan dat akkoord zelfs bindend verklaren voor schuldeisers die niet willen meewerken. Voor ondernemingen die in de kern gezond zijn maar gebukt gaan onder een te hoge schuldenlast, is de WHOA vaak een krachtiger instrument dan surseance. Of het in uw situatie past, hangt sterk af van de samenstelling van uw schulden.

Wanneer kiest u wat?

Kort gezegd komen surseance en de WHOA in beeld zolang er nog een reële kans op herstel is, en faillissement wanneer die kans er niet meer is en afwikkeling de enige route is. Maar de eerlijke werkelijkheid is dat dit zelden een simpele keuze is. Het hangt af van uw schuldenpositie, uw liquiditeit, het type schuldeisers en de levensvatbaarheid van uw bedrijf. Wat in elke situatie geldt: hoe eerder u ingrijpt om een faillissement te voorkomen, hoe meer routes er nog openliggen. Wacht u te lang, dan maakt een schuldeiser de keuze voor u. Laat u daarom op tijd adviseren, zodat u een beslissing neemt op basis van uw cijfers en niet uit paniek.

Veelgestelde vragen

Is surseance van betaling hetzelfde als faillissement?

Nee. Surseance is uitstel van betaling om uw onderneming de kans te geven te herstellen, terwijl een faillissement de afwikkeling is waarbij de bezittingen worden verkocht en het bedrijf in de regel ophoudt te bestaan.

Kan ik tijdens een surseance gewoon doorwerken?

Ja, uw onderneming blijft bestaan en u blijft betrokken bij de bedrijfsvoering. Het verschil is dat u dat samen met een bewindvoerder doet, die meekijkt en meebeslist over belangrijke betalingen.

Kan de Belastingdienst tijdens een surseance nog innen?

Ja. De Belastingdienst en het UWV zijn preferente schuldeisers en vallen buiten de surseance. Zij kunnen hun vordering blijven innen, wat de waarde van een surseance beperkt als de fiscus een groot deel van uw schuld vormt.

Eindigt een surseance altijd in een faillissement?

Niet altijd, maar het gebeurt vaak. Komt u er tijdens de surseance niet uit met uw schuldeisers, of blijkt de onderneming niet levensvatbaar, dan kan de surseance alsnog worden omgezet in een faillissement.

Kan een schuldeiser mijn faillissement aanvragen?

Ja. Anders dan surseance, die u alleen zelf kunt aanvragen, kan een faillissement ook worden aangevraagd door een of meer schuldeisers. Daarom is het verstandig om zelf op tijd te handelen.

Wat is het verschil tussen surseance en de WHOA?

Bij surseance krijgt u uitstel onder toezicht van een bewindvoerder. Met de WHOA legt u uw schuldeisers een akkoord voor dat de rechter bindend kan verklaren, ook voor tegenstemmers. De WHOA is daardoor vaak gerichter en krachtiger bij een te hoge schuldenlast.