Voorbeeld van een crediteurenakkoord: zo bied je je schuldeisers een aanbod aan
Je hebt de cijfers een keer of tien nagerekend en de uitkomst blijft dezelfde: je kunt je schuldeisers niet allemaal volledig betalen. Niet deze maand, en ook niet over een half jaar. Een crediteurenakkoord is dan vaak de enige route die je bedrijf heel houdt, en die je schuldeisers meer oplevert dan een faillissement. Alleen: hoe ziet zo'n voorstel er dan uit, welk percentage bied je aan, en wat gebeurt er als de fiscus of een grote leverancier dwars gaat liggen?
Hieronder staat een compleet voorbeeld van een crediteurenakkoord, onderdeel voor onderdeel uitgelegd, plus het rekenwerk eronder en de valkuilen waar ondernemers echt op stuklopen.
Inhoudsopgave
- Wat een crediteurenakkoord precies is
- Wanneer een akkoord kans van slagen heeft
- Hoe je bepaalt welk percentage je aanbiedt
- De Belastingdienst wil het dubbele
- Welke schuldeisers mee moeten en wie je mag overslaan
- Voorbeeld van een crediteurenakkoord
- Het stappenplan van voorbereiding tot uitbetaling
- Wat je doet als één schuldeiser weigert
- De valkuilen die je alsnog de kop kosten
- Crediteurenakkoord, WHOA of faillissement
- Veelgestelde vragen
- Bronnen
Wat een crediteurenakkoord precies is
Een crediteurenakkoord is een afspraak tussen jou en je schuldeisers waarin zij een deel van hun vordering ontvangen en de rest laten vallen. Je komt bijvoorbeeld overeen dat iedereen negen procent krijgt en dat de vordering daarmee is afgewikkeld. Je komt het ook tegen onder de namen onderhands akkoord, minnelijk akkoord of buitengerechtelijk akkoord. Dat is allemaal hetzelfde ding.
Het belangrijkste kenmerk: er staat geen enkele wettelijke vormeis tegenover. Je mag betalen in één keer of in termijnen, je mag per groep schuldeisers een ander percentage aanbieden, en je mag zelfs aandelen aanbieden in plaats van geld. Die vrijheid is meteen de zwakke plek, want niemand is verplicht om mee te doen. Eén schuldeiser die weigert kan het hele voorstel laten klappen.
Dat verschilt van een WHOA-traject, waarbij de rechter tegenstemmers kan dwingen mee te doen. Het onderhandse akkoord is sneller, goedkoper en blijft buiten de openbaarheid, maar het staat of valt bij vrijwillige medewerking.
Wanneer een akkoord kans van slagen heeft
Een schuldeiser stemt niet in omdat hij je aardig vindt. Hij stemt in omdat jouw aanbod hem meer oplevert dan het alternatief. Dat alternatief is bijna altijd een faillissement, en daar valt weinig te halen. Onderzoek dat het WODC in 2021 publiceerde over de positie van concurrente schuldeisers verwijst naar CBS-cijfers waaruit blijkt dat de uitkeringspercentages aan concurrente schuldeisers rond de twee procent schommelen.
Twee procent. Dat is het getal waar je hele voorstel op rust. Bied je negen procent, dan bied je grofweg het viervoudige van wat een faillissement gemiddeld oplevert, en dan nog eens zonder de wachttijd van jaren die een afwikkeling kost.
Verder heb je drie dingen nodig. Een onderneming die na de sanering wél levensvatbaar is, want een akkoord dat alleen het probleem uitstelt gaat niemand accepteren. Geld dat daadwerkelijk beschikbaar is, meestal van een financier, een investeerder of familie, omdat je het uit de lopende exploitatie zelden bij elkaar krijgt. En cijfers die kloppen, want de eerste vraag van elke schuldeiser is of jij wel eerlijk bent over wat er nog in de kas zit. Dat voorwerk is precies waar het bij het saneren van crediteuren op vastloopt of op slaagt.
Hoe je bepaalt welk percentage je aanbiedt
Het percentage volgt uit een rekensom, niet uit onderhandelingsruimte. Je begint bij het bedrag dat je maximaal beschikbaar hebt, trekt daar de kosten van het traject af, en verdeelt de rest over je schuldeisers. Belangrijk: er hoort geen marge in te zitten. Een schuldeiser die merkt dat er nog rek in zit, gaat pas onderhandelen als hij nee heeft gezegd.
Een rekenvoorbeeld met ronde getallen. Stel dat je in totaal 300.000 euro schuld hebt:
- Belastingdienst, preferent: 90.000 euro
- Handelscrediteuren, concurrent: 200.000 euro
- Kleine vorderingen onder de 500 euro, samen: 10.000 euro
Je hebt 45.000 euro beschikbaar. De kleine vorderingen betaal je volledig, dat kost 10.000 euro en scheelt je een berg administratie. Blijft over: 35.000 euro. De fiscus wil het dubbele percentage van je handelscrediteuren, dus je rekent met x procent voor concurrent en tweemaal x voor de Belastingdienst.
- 200.000 keer x plus 90.000 keer 2x is 35.000
- Dat komt neer op 380.000 keer x is 35.000, dus x is ongeveer 9 procent
- Aanbod: 9 procent aan de handelscrediteuren, 18 procent aan de Belastingdienst
- Uitbetaald: 18.000 plus 16.200 plus 10.000 is 44.200 euro
Die 800 euro die overblijft is je buffer voor kosten. Zet dit rekenwerk letterlijk in je voorstel. Een schuldeiser die kan volgen hoe je aan negen procent komt, zegt eerder ja dan een schuldeiser die alleen een percentage voorgeschoteld krijgt.
De Belastingdienst wil het dubbele
Bij vrijwel elk MKB-akkoord zit de Belastingdienst aan tafel, en die hanteert een eigen regel: de ontvanger werkt in beginsel alleen mee als hij ten minste het dubbele uitkeringspercentage krijgt van wat de concurrente schuldeisers ontvangen. Dat volgt uit het kwijtscheldingsbeleid in de Leidraad Invordering 2008.
Tijdens en na de coronaperiode gold een versoepeling waarbij de fiscus genoegen nam met hetzelfde percentage als de overige schuldeisers. Die tijdelijke regeling is per 1 april 2024 afgelopen. Reken dus niet meer met een gelijk percentage, ook niet als je dat ergens in een ouder artikel leest.
Er is wel ruimte bijgekomen. Per 1 juli 2025 zijn twee structurele versoepelingen in het beleid opgenomen. De eerste betreft dwangcrediteuren: waar dat eerder beperkt was, kan nu een handelscrediteur als dwangcrediteur worden aangemerkt als je aannemelijk maakt dat hij niet meewerkt terwijl de voortzetting van je onderneming zonder hem in gevaar komt. De tweede gaat over tijd: de betaling van het akkoordbedrag mag langer dan twaalf maanden duren, mits je onderbouwt dat betaling ineens niet mogelijk is en de nakoming voldoende geborgd is.
Nog een detail dat vaak wordt gemist: openstaande invorderingsrente hoort bij de belastingschuld en wordt volledig meegenomen bij het bepalen van het akkoordbedrag. Dat bevestigde de kennisgroep invordering van de Belastingdienst in een standpunt van 12 februari 2026. Reken je alleen met de hoofdsom, dan valt je aanbod aan de fiscus achteraf te laag uit.
Welke schuldeisers mee moeten en wie je mag overslaan
Het uitgangspunt is dat alle schuldeisers meedoen. Iemand stiekem volledig betalen terwijl de rest negen procent krijgt, is de snelste manier om je akkoord te laten mislukken en jezelf in de problemen te brengen. Toch kent het beleid rond saneringsakkoorden een aantal categorieën die apart worden behandeld:
- Pandhouders en andere schuldeisers met zekerheid, voor zover hun vordering door dat zekerheidsrecht wordt gedekt. Alleen het onverzekerde restant telt mee als gewone vordering.
- Leveranciers met eigendomsvoorbehoud. Bij het bepalen van de omvang van hun vordering moet je rekening houden met dat voorbehoud.
- Dwangcrediteuren: handelscrediteuren die niet meewerken en zonder wie je bedrijf niet door kan.
- Je boekhouder of adviseur, voor het deel van de vordering dat ziet op stukken die nodig zijn om het akkoord te beoordelen.
- Kleine vorderingen tot 500 euro, die niet individueel in het akkoord hoeven te worden betrokken.
Die laatste categorie is praktisch goud waard. Twintig crediteuren met een openstaande factuur van tweehonderd euro kosten je vierduizend euro om volledig af te wikkelen, en besparen je twintig gesprekken, twintig handtekeningen en twintig kansen op een nee.
Voorbeeld van een crediteurenakkoord
Hieronder een model dat je kunt aanpassen. De uitleg per onderdeel staat er direct onder, want juist die onderbouwing bepaalt of iemand tekent.
Betreft: voorstel tot sanering van uw vordering op [naam onderneming]
Geachte heer, mevrouw,
[Naam onderneming] verkeert in financiële moeilijkheden. Door [concrete oorzaak, bijvoorbeeld het wegvallen van twee grote opdrachtgevers in 2025] is een schuldenlast ontstaan van [bedrag], terwijl de onderneming zelf operationeel weer positief draait. Volledige betaling van alle openstaande vorderingen is niet mogelijk. Wij bieden u daarom een akkoord aan.
Uw vordering bedraagt volgens onze administratie [bedrag] inclusief btw, op basis van factuur [nummer en datum]. Wij bieden u [percentage] procent daarvan aan, oftewel [bedrag], te betalen binnen [termijn] na ontvangst van uw akkoordverklaring van alle betrokken schuldeisers.
Dit aanbod komt als volgt tot stand. De totale schuldenlast bedraagt [bedrag], verdeeld over [aantal] schuldeisers. Beschikbaar voor uitkering is [bedrag], afkomstig uit [herkomst van de middelen]. De Belastingdienst ontvangt conform het geldende beleid het dubbele percentage. Vorderingen tot 500 euro worden volledig voldaan. Alle overige schuldeisers ontvangen hetzelfde percentage als u. Een overzicht van de schuldpositie en de recente cijfers treft u bijgaand aan.
Wanneer dit akkoord niet tot stand komt, is een faillissement onvermijdelijk. In dat geval worden eerst de kosten van de curator en de preferente vorderingen voldaan. Uit landelijke cijfers blijkt dat concurrente schuldeisers in een faillissement gemiddeld rond twee procent van hun vordering ontvangen. Ons aanbod ligt daar aanzienlijk boven.
Dit voorstel geldt onder de voorwaarde dat alle betrokken schuldeisers instemmen. Wij verzoeken u om uiterlijk [datum] te reageren via [e-mailadres]. Bij instemming ontvangt u een vaststellingsovereenkomst waarin de afspraak wordt vastgelegd.
Met vriendelijke groet,
Wat elk onderdeel doet:
- De oorzaak: benoem hem concreet. Een schuldeiser die begrijpt wat er is misgegaan, gelooft eerder dat het niet nog een keer gebeurt.
- Het bedrag van zijn eigen vordering: reken het per schuldeiser voor. Nooit alleen een percentage noemen.
- De onderbouwing: laat zien hoeveel er in totaal is, waar dat geld vandaan komt en hoe de verdeling loopt. Zonder deze alinea leest je brief als een gok.
- Het alternatief: benoem het faillissement zakelijk, niet dreigend. Je legt een rekensom voor, geen ultimatum.
- De voorwaarde dat iedereen meedoet: dit voorkomt dat je twee derde uitbetaalt en daarna alsnog omvalt.
- De deadline: zonder datum blijft je voorstel maanden liggen.
Twee dingen die je niet in de brief zet: een percentage waar nog rek in zit, en een toezegging over de fiscale gevolgen voor de ander. Dat laatste is niet aan jou.
Het stappenplan van voorbereiding tot uitbetaling
- Breng je schuldpositie compleet in kaart, inclusief invorderingsrente en kosten, en controleer per schuldeiser of er zekerheid of eigendomsvoorbehoud speelt.
- Deel je schuldeisers in groepen in: preferent, concurrent, schuldeisers met zekerheid, dwangcrediteuren en kleine vorderingen.
- Bepaal het beschikbare bedrag en regel de financiering vooraf. Een aanbod zonder gedekte financiering is geen aanbod.
- Reken het percentage per groep uit en toets of de fiscus met het dubbele percentage uitkomt op een bedrag dat je kunt betalen.
- Leg het voorstel eerst informeel voor aan je twee of drie grootste schuldeisers. Zij bepalen in de praktijk of het akkoord haalbaar is.
- Stuur het voorstel gelijktijdig naar iedereen, met dezelfde onderbouwing en dezelfde deadline.
- Dien het verzoek om kwijtschelding in bij de Belastingdienst met de bijbehorende stukken.
- Leg de instemming vast in een vaststellingsovereenkomst, artikel 7:900 van het Burgerlijk Wetboek, met daarin precies hoe de restvordering wordt behandeld.
- Betaal uit zoals afgesproken, en informeer iedereen zodra dat is gebeurd.
Reken op twee tot vier maanden voor een gemiddeld traject, waarbij de behandeling bij de Belastingdienst vaak het langst duurt. Zolang je schuldeisers goed geïnformeerd houdt, kopen die maanden je meestal ook rust in de incasso.
Wat je doet als één schuldeiser weigert
Het uitgangspunt in het recht is dat een schuldeiser recht heeft op volledige betaling en dus mag weigeren. Maar dat recht is niet onbegrensd. De Hoge Raad oordeelde op 12 augustus 2005 in het Payroll-arrest dat het weigeren van medewerking aan een buitengerechtelijk akkoord misbruik van bevoegdheid kan opleveren, met de kanttekening dat rechters daar terughoudend mee moeten omgaan. In het arrest Mondia/V&D van 24 maart 2017 voegde de Hoge Raad daaraan toe dat ook het weigeren van een akkoord waarbij niet alle schuldeisers betrokken zijn misbruik kan opleveren, wanneer andere schuldeisers wél offers brengen.
In de praktijk win je zo'n procedure zelden en duurt hij te lang voor een bedrijf in nood. De realistische route is een andere: als het onderhandse akkoord strandt op een of twee weigeraars, stap je over naar de WHOA. Daar wordt per klasse gestemd en heeft een klasse ingestemd zodra schuldeisers die samen ten minste twee derde van het totale vorderingsbedrag in die klasse vertegenwoordigen vóór stemmen, op grond van artikel 381 lid 7 van de Faillissementswet. Keurt de rechtbank het akkoord vervolgens goed, dan is het bindend voor iedereen, ook voor wie tegen stemde. Tegen die homologatie staat geen hoger beroep open.
Eén regel om te kennen voordat je die kant op gaat: kleine mkb-schuldeisers met een concurrente vordering uit geleverde goederen of diensten moeten onder de WHOA ten minste twintig procent van hun vordering aangeboden krijgen, tenzij daar zwaarwegende gronden voor afwijking zijn. Dat staat in artikel 374 lid 2 van de Faillissementswet. Bood je in je onderhandse akkoord negen procent, dan wordt de WHOA-route dus duurder.
De valkuilen die je alsnog de kop kosten
Selectief betalen tijdens het traject. De leverancier die het hardst schreeuwt toch even volledig voldoen, terwijl je de rest negen procent aanbiedt. Gaat het later alsnog mis, dan kan een curator die betaling aanvechten met de faillissementspauliana. Bij onverplichte handelingen loopt dat via artikel 42 van de Faillissementswet, bij betaling van een opeisbare schuld via artikel 47, dat vernietiging mogelijk maakt als de schuldeiser wist dat het faillissement al was aangevraagd of als de betaling voortkwam uit overleg om hem te bevoordelen.
Doorgaan met bestellen terwijl je weet dat je niet kunt betalen. Nieuwe verplichtingen aangaan zonder uitzicht op nakoming is een klassieke bron van persoonlijke aansprakelijkheid. Bij een faillissement kan de curator de bestuurder aanspreken wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur, artikel 2:248 van het Burgerlijk Wetboek. Wil je weten wat dat concreet betekent voor je privévermogen, lees dan ook wat een curator kost en wie daarvoor opdraait.
De formulering van de kwijting. Dit is een subtiel punt dat je schuldeiser geld kost. Een leverancier kan de btw op een oninbare vordering terugvragen op grond van artikel 29 lid 1 van de Wet op de omzetbelasting, waarbij een vordering in beginsel als oninbaar geldt één jaar na het verstrijken van de betaaltermijn. Wordt in het akkoord vastgelegd dat partijen niets meer van elkaar te vorderen hebben, dan kan die teruggaaf in gevaar komen, zo blijkt uit rechtspraak van de rechtbank Den Haag. Laat de fiscale formulering daarom toetsen voordat je de vaststellingsovereenkomst rondstuurt.
Te lang wachten. Een akkoord werkt alleen zolang er nog iets te verdelen valt. Zit er al beslag op je bankrekening en staat er een faillissementsaanvraag klaar, dan is de ruimte weg. Wie de druk van schuldeisers maanden laat oplopen voordat hij met een voorstel komt, onderhandelt vanuit de zwakste positie die er is.
Crediteurenakkoord, WHOA of faillissement
Drie routes, met elk een eigen prijskaartje:
- Onderhands crediteurenakkoord. Snel, relatief goedkoop, blijft buiten de openbaarheid, maatwerk per groep. Nadeel: iedereen moet vrijwillig meedoen en één weigeraar kan het blokkeren.
- WHOA. De rechter kan tegenstemmers binden en er is bescherming mogelijk tegen incasso tijdens het traject. Nadeel: duurder, formeler, en de wettelijke ondergrens van twintig procent voor kleine mkb-schuldeisers maakt het aanbod hoger.
- Faillissement. Geen keuze maar een uitkomst. Je verliest de zeggenschap, de curator neemt het over, en je schuldeisers zien gemiddeld rond de twee procent terug.
De volgorde is bijna altijd dezelfde: eerst proberen wat onderhands kan, en pas naar de WHOA als dat strandt op een of twee partijen. Andersom werkt zelden, want een mislukte WHOA laat weinig ruimte over.
| Onderwerp | Bron |
|---|---|
| Uitkeringspercentages aan concurrente schuldeisers schommelen rond twee procent. | WODC, onderzoek naar de positie van concurrente mkb-schuldeisers in faillissement (2021), op basis van CBS-cijfers. wodc.nl |
| De ontvanger verlangt in beginsel het dubbele uitkeringspercentage. | kwijtscheldingsbeleid voor ondernemers, Leidraad Invordering 2008, paragraaf 26.3 (geldend). |
| De tijdelijke versoepeling naar een gelijk percentage liep af op 1 april 2024. | Taxlive, bericht van 21 maart 2024 over het aflopen van het soepele saneringsbeleid (regeling vervallen). |
| Structurele versoepelingen per 1 juli 2025 rond dwangcrediteuren en de betalingstermijn van meer dan twaalf maanden. | EY/HVG, analyse van 8 mei 2025 van de wijziging van het kwijtscheldingsbeleid (geldend). |
Veelgestelde vragen
Is een crediteurenakkoord wettelijk bindend?
Pas nadat een schuldeiser heeft ingestemd. Tot dat moment is het een voorstel dat hij zonder opgaaf van reden mag afwijzen. Leg de instemming daarom altijd schriftelijk vast in een vaststellingsovereenkomst, zodat later niet ter discussie staat wat er is afgesproken over het restant van de vordering.
Hoeveel procent moet ik minimaal aanbieden?
Bij een onderhands akkoord geldt geen wettelijk minimum. Je aanbod moet aantoonbaar meer opleveren dan een faillissement, en dat ligt gemiddeld rond de twee procent voor concurrente schuldeisers. Ga je de WHOA-route op, dan geldt wel een ondergrens van twintig procent voor kleine mkb-schuldeisers met een concurrente handelsvordering.
Moeten alle schuldeisers akkoord gaan?
Bij een onderhands akkoord in principe wel, en daarom neem je die voorwaarde ook op in je voorstel. Uitzonderingen zijn schuldeisers die door hun zekerheid of positie apart worden behandeld, en kleine vorderingen tot 500 euro die je volledig kunt voldoen.
Werkt de Belastingdienst mee aan een crediteurenakkoord?
Ja, maar onder voorwaarden. De ontvanger verlangt in beginsel het dubbele uitkeringspercentage van wat de concurrente schuldeisers krijgen. De tijdelijke versoepeling waarbij een gelijk percentage volstond, is per 1 april 2024 vervallen. Sinds 1 juli 2025 is er wel meer ruimte in de betalingstermijn en in de omgang met dwangcrediteuren.
Hoe lang duurt een crediteurenakkoord?
Reken op twee tot vier maanden vanaf het moment dat je cijfers en financiering rond zijn. De behandeling van het kwijtscheldingsverzoek bij de Belastingdienst is meestal de langste schakel. Complexe dossiers met veel schuldeisers of zekerheden lopen uit.