Is een sterfhuisconstructie strafbaar? Waar de grens ligt voor jou als bestuurder


Je bv loopt nog, maar een groot deel van je omzet komt uit één afdeling die winst maakt. De rest kost alleen nog geld, en er ligt een claim of een schuld die je bedrijf niet meer kan dragen. Dan komt de gedachte vanzelf: zet het gezonde deel in een nieuwe bv en laat de oude failliet gaan. Je adviseur noemt dat een sterfhuisconstructie. Een kennis zegt dat je daarvoor de cel in kunt gaan.


Allebei hebben ze een beetje gelijk. De constructie zelf staat nergens in de wet als strafbaar feit. Wat je er precies mee doet, kan wel strafbaar zijn. Hieronder lees je waar die grens ligt, welke wetsartikelen er gelden, wat de curator kan terugdraaien en hoe je het opsplitsen van je bedrijf zo aanpakt dat het standhoudt.

Wat een sterfhuisconstructie is

Kan je bv je salaris niet betalen, dan mag je het loon niet zomaar op nul zetten. De wet stelt je loon voor de belasting op ten minste het gebruikelijk loon. In 2026 is het normbedrag daarvoor 58.000 euro, of meer als je werk daar aanleiding toe geeft. Over dat loon moet de bv loonheffing aangeven en afdragen, of het geld nu naar je wordt overgemaakt of niet.


Er is wel een uitweg. Zit de bv in een structurele verliessituatie en brengt het uitbetalen van je loon de continuïteit van het bedrijf in gevaar, dan kan een lager loon zakelijk zijn. Die ruimte komt uit de wetsgeschiedenis en is door de rechter bevestigd. De bewijslast ligt bij jou, en het enkele feit dat je loon een verlies veroorzaakt, is niet genoeg. Onderbouw je het goed en stem je het liefst vooraf af met de inspecteur, dan sta je sterk. Geef je het loon gewoon niet aan, dan riskeer je een naheffingsaanslag met een boete.

Is een sterfhuisconstructie strafbaar?

Een sterfhuisconstructie is op zichzelf niet strafbaar. Een bedrijfsonderdeel verkopen aan een andere vennootschap is een gewone rechtshandeling, ook als de koper jouw eigen nieuwe bv is.


Strafbaar wordt het als je daarmee schuldeisers benadeelt en de bv daarna failliet gaat. Voor de zwaarste strafbepaling moet je weten dat schuldeisers benadeeld worden. Voor buitensporig vervreemden is dat niet eens nodig. Het Wetboek van Strafrecht noemt dat het onttrekken van goederen aan de boedel of het wederrechtelijk bevoordelen van een schuldeiser. Het gaat er dus om of de oude bv een eerlijke prijs krijgt voor wat ze afstaat, en of die opbrengst beschikbaar blijft voor alle schuldeisers samen.



Daarnaast speelt het civiele recht een rol. Ook als het OM niet vervolgt, kan een curator of een schuldeiser de verkoop laten terugdraaien of jou persoonlijk aansprakelijk stellen. Dat civiele risico is voor veel bestuurders het meest concreet.


De strafbepalingen voor bestuurders

De strafbepalingen staan in titel XXVI van het Wetboek van Strafrecht, onder de kop benadeling van schuldeisers of rechthebbenden.

 

Voor jou als bestuurder van een bv zijn vooral twee artikelen van belang. Ze gelden alleen als er daadwerkelijk een faillissement volgt.

  • Artikel 343 Sr, bedrieglijke benadeling. Strafbaar is de bestuurder of commissaris die, wetende dat schuldeisers daardoor in hun verhaalsmogelijkheden worden benadeeld, vóór of tijdens het faillissement goederen aan de boedel onttrekt, buitensporig middelen van de bv verbruikt of vervreemdt, of een schuldeiser wederrechtelijk bevoordeelt. Maximumstraf: zes jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vijfde categorie.


  • Artikel 342 Sr, buitensporige uitgaven. Strafbaar is de bestuurder of commissaris die vóór het faillissement buitensporig middelen van de bv heeft verbruikt, uitgegeven of vervreemd, waardoor schuldeisers zijn benadeeld. Hier hoeft niet bewezen te worden dat je wist dat je schuldeisers benadeelde. Maximumstraf: twee jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vijfde categorie.

Een geldboete van de vijfde categorie bedraagt per 1 januari 2026 maximaal 110.000 euro (artikel 23 Sr). Heb je een eenmanszaak en ga je zelf failliet, dan gelden de vergelijkbare artikelen 340 en 341 Sr, met dezelfde maximumstraffen.


Voor een sterfhuisconstructie betekent dit: verkoop je het gezonde deel voor een prijs die ver onder de waarde ligt, of komt de opbrengst bij jou of je holding terecht in plaats van bij de schuldeisers, dan val je al snel onder artikel 343. Het begrip onttrekken is ruim. Ook een overdracht op papier kan eronder vallen als de oude bv er feitelijk niets voor terugkrijgt.


Bij een sterfhuis speelt vaak nog een andere strafbepaling. Volgens artikel 344a Sr is het strafbaar om de administratie opzettelijk niet direct en ongeschonden aan de curator te geven als hij erom vraagt, of om opzettelijk geen administratie te voeren als dat de afwikkeling bemoeilijkt. Daar staat maximaal vier jaar gevangenisstraf op. Is de administratie zonder opzet, maar door jouw schuld, niet goed gevoerd en wordt de afwikkeling daardoor moeilijker? Dan geldt artikel 344b Sr, met maximaal een jaar gevangenisstraf. Wie de boeken van het sterfhuis laat verdwijnen, maakt het dus alleen maar erger.

Ook de koper kan strafbaar zijn

Niet alleen de bestuurder van het sterfhuis loopt risico. Volgens artikel 344 Sr is ook een ander strafbaar als hij bij een faillissement, of in de aanloop ernaar als het faillissement volgt, goederen aan de boedel onttrekt of zich wederrechtelijk laat bevoordelen. Ook hier moet die persoon weten dat de schuldeisers daardoor worden benadeeld. De maximumstraf is vier jaar en zes maanden gevangenisstraf of een geldboete van de vijfde categorie.


Is de koper jouw nieuwe bv, of een familielid of zakenpartner die de activa voor een prikje overneemt, dan kan ook die koper vervolgd worden. Leg de prijs en de voorwaarden daarom zo vast dat een onafhankelijke koper er ook mee akkoord zou gaan.

De curator kan de overdracht terugdraaien

Na een faillissement onderzoekt de curator wat er in de aanloop is gebeurd. Een sterfhuisconstructie valt hem direct op: de bezittingen zijn weg en er staat een nieuwe bv met dezelfde klanten. Wat dat onderzoek inhoudt, lees je in ons artikel over het rechtmatigheidsonderzoek door de curator.


Met de faillissementspauliana kan de curator een overdracht ongedaan maken. Volgens artikel 42 van de Faillissementswet mag hij een onverplichte rechtshandeling vernietigen als die de schuldeisers benadeelde en de bv dat wist of had moeten weten. Bij een verkoop moet ook de koper dat hebben geweten of hebben moeten weten. Een verkoop van activa is in de regel onverplicht: de bv was niet wettelijk of contractueel verplicht om te verkopen.


Voor een sterfhuis is artikel 43 Fw extra belangrijk. Vond de verkoop plaats binnen een jaar voor het faillissement, en was de bv daar niet al eerder toe verplicht, dan wordt in een aantal gevallen vermoed dat beide partijen van de benadeling wisten. Dat geldt onder meer:

  • als de waarde die de bv weggaf aanmerkelijk hoger was dan wat ze ervoor terugkreeg;
  • als de koper een rechtspersoon is met wie de bv een bestuurder gemeen heeft, waarin een bestuurder of commissaris van de bv (of diens naaste familie) ten minste de helft van het geplaatste kapitaal houdt, of als beide bv's voor ten minste de helft in handen zijn van dezelfde persoon of familie;
  • als de koper een groepsmaatschappij is.


Bij een klassiek sterfhuis gaat vaak meer dan één van deze punten op. Dan hoeft de curator niet meer te bewijzen dat de bv en de koper het wisten. In dat geval moeten de oude bv en de koper aantonen dat zij niet wisten, en ook niet hadden moeten weten, dat schuldeisers benadeeld werden. Lukt dat niet, dan moet de nieuwe bv teruggeven wat ze kreeg, of de waarde ervan vergoeden.


Ook zonder faillissement staat een schuldeiser niet machteloos. Op grond van artikel 3:45 BW kan iedere benadeelde schuldeiser een onverplichte rechtshandeling vernietigen als de schuldenaar wist of had moeten weten dat schuldeisers daardoor benadeeld zouden worden. Bij een verkoop moet ook de koper dat hebben geweten of hebben moeten weten.

Persoonlijk aansprakelijk tegenover schuldeisers

Terugdraaien is niet het enige risico. Een schuldeiser die door het sterfhuis met lege handen staat, kan jou als bestuurder privé aanspreken op grond van onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW). De Hoge Raad legde de maatstaf in 2006 vast in het arrest Ontvanger/Roelofsen: de bestuurder is aansprakelijk als hem persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Dat is in elk geval zo als de bestuurder ervoor zorgt of toelaat dat de bv haar verplichtingen niet nakomt, terwijl hij wist of redelijkerwijs had moeten begrijpen dat de bv die niet zou nakomen en ook geen verhaal zou bieden.


Hoe dat bij een sterfhuis uitpakt, liet de Rechtbank Rotterdam zien in een vonnis van 4 mei 2022. Een bv had een rechtszaak verloren en moest de provincie Gelderland een flink bedrag betalen. De bestuurder bracht daarna de bezittingen en winstgevende activiteiten onder in een nieuwe structuur. De vordering van de provincie bleef achter in de oude bv. De rechtbank oordeelde dat de bestuurder zo had geprobeerd zichzelf te bevoordelen ten nadele van de provincie. Daarom viel hem persoonlijk een ernstig verwijt te maken en was hij privé aansprakelijk.


Gaat de bv failliet, dan heeft de curator nog een tweede middel. Op grond van artikel 2:248 BW is iedere bestuurder hoofdelijk aansprakelijk voor het tekort in het faillissement als het bestuur zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en dat een belangrijke oorzaak van het faillissement is. De curator kijkt daarvoor drie jaar terug. Een sterfhuis dat de bv bewust leeghaalt, past makkelijk in dat beeld. Welke andere routes naar je privévermogen er bestaan, lees je in ons artikel over bestuurdersaansprakelijkheid bij een dreigend faillissement.

Een bestuursverbod van maximaal vijf jaar

Naast straf en schadevergoeding kan een sterfhuis ook je toekomst als ondernemer raken. Sinds de invoering van het civielrechtelijke bestuursverbod (artikel 106a en verder van de Faillissementswet) kan de rechtbank op vordering van de curator of op verzoek van het OM een bestuurder verbieden om nog bestuurder of commissaris te zijn.


Voor een sterfhuis zijn twee gronden van belang. Het verbod is mogelijk als de rechter onherroepelijk heeft geoordeeld dat je aansprakelijk bent op grond van artikel 2:248 BW. En het is mogelijk als je doelbewust rechtshandelingen hebt verricht of mogelijk gemaakt waardoor schuldeisers aanmerkelijk zijn benadeeld, en de curator die handelingen onherroepelijk heeft laten vernietigen op grond van artikel 42 of 47 Fw. Het moet dan gaan om gedrag tijdens of in de drie jaar voor het faillissement.


Het verbod duurt maximaal vijf jaar, gerekend vanaf het moment dat de uitspraak onherroepelijk is. De rechter kan ook een kortere duur kiezen. Word je in die tijd toch tot bestuurder of commissaris benoemd, dan is die benoeming nietig. De Kamer van Koophandel schrijft je uit als bestuurder, en het verbod wordt voor de duur ervan geregistreerd in het Handelsregister. Voor iemand die juist met de nieuwe bv verder wil, is dat het zwaarste gevolg van allemaal.

Wat er met je personeel gebeurt

Bij een sterfhuisconstructie kun je niet zomaar kiezen welke medewerkers meegaan. Als een onderneming of een zelfstandig onderdeel ervan overgaat naar een andere werkgever, is er sprake van overgang van onderneming. Volgens artikel 7:663 BW gaan de arbeidsovereenkomsten van de medewerkers in dat onderdeel dan van rechtswege mee naar de nieuwe bv, met dezelfde rechten en verplichtingen. Voor verplichtingen uit die arbeidsovereenkomsten die vóór de overgang zijn ontstaan, blijft de oude bv nog een jaar naast de nieuwe hoofdelijk aansprakelijk.


De uitzondering in artikel 7:666 BW, waarbij een koper wel kan kiezen, geldt alleen als de werkgever al failliet is verklaard en de onderneming tot de boedel behoort. Bij een sterfhuis vóór het faillissement is daar geen sprake van. Ook een voorbereide doorstart die pas na de faillietverklaring wordt uitgevoerd, valt niet zomaar onder die uitzondering. In de zaak Smallsteps oordeelde het Hof van Justitie van de EU op 22 juni 2017 dat werknemers hun bescherming houden bij een pre-pack die niet op liquidatie is gericht en niet onder toezicht van een overheidsinstantie staat. In de zaak Heiploeg (28 april 2022) gaf het Hof aan dat een pre-pack wel onder de uitzondering kan vallen, als die bij wet of regelgeving is geregeld en gericht is op liquidatie onder toezicht van een bevoegde instantie.


In de praktijk betekent dit: wie bij een sterfhuis alleen de goedkope medewerkers meeneemt en de rest in de oude bv achterlaat, loopt een groot risico. Een medewerker die achterblijft, kan stellen dat zijn arbeidsovereenkomst van rechtswege is overgegaan.

Activa verkopen of de bv juridisch splitsen

Sommige ondernemers kiezen voor een juridische splitsing in plaats van een verkoop. Het idee is dan dat de schulden in de oude bv blijven en de gezonde activiteiten via de notaris naar een nieuwe rechtspersoon gaan. De wet heeft daar een vangnet voor.


Volgens artikel 2:334t BW blijven alle rechtspersonen die bij de splitsing betrokken zijn aansprakelijk voor de schulden van de gesplitste rechtspersoon op het moment van de splitsing. Bij een deelbare schuld, zoals een openstaande factuur, is de rechtspersoon waar de schuld terechtkomt volledig aansprakelijk. De andere rechtspersonen zijn aansprakelijk tot de waarde van het vermogen dat ze bij de splitsing hebben verkregen of behouden. Blijft de schuld in het sterfhuis achter, dan kan de schuldeiser dus ook de nieuwe rechtspersoon aanspreken, tot de waarde van wat die heeft meegekregen.


Met een splitsing kom je daarom niet van bestaande schulden af. Bij een activatransactie werkt het anders: daar betaalt de koper een prijs en blijft de opbrengst in de oude bv. Bij een activatransactie draait dus alles om die prijs en om wat er daarna met het geld gebeurt.

Vijf signalen dat je over de grens gaat

Uit de wetsartikelen en de rechtspraak hierboven zijn vijf patronen te halen die een curator, een rechter of het OM direct opvallen.


  • De prijs is niet onderbouwd. Er is geen taxatie, of de koper betaalt alleen voor de inventaris en krijgt de klanten, de naam en de lopende opdrachten er gratis bij.
  • De opbrengst komt niet bij de schuldeisers terecht. De koopsom wordt verrekend met een vordering van je holding, met je rekening-courant of met een managementfee, of gaat naar één schuldeiser die familie van je is.
  • Eén schuldeiser wordt bewust buitengesloten. Alles gaat mee, behalve de schuld aan de partij met de grote claim. Precies dat patroon leidde in de Rotterdamse zaak tot aansprakelijkheid.
  • Er was geen echte noodzaak. Kon de bv met een betalingsregeling of een akkoord verder, dan is een sterfhuis lastig te verdedigen.
  • De administratie klopt niet of is weg. Ontbrekende stukken kunnen strafbaar zijn (artikel 344a en 344b Sr). Daarnaast staat dan vast dat het bestuur zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld, en wordt vermoed dat dit een belangrijke oorzaak van het faillissement is (artikel 2:248 lid 2 BW).

Zo zet je het legaal op

Een sterfhuisconstructie kan een verantwoorde keuze zijn, bijvoorbeeld als één project of één onderdeel het hele bedrijf meesleurt terwijl de rest gezond is. Banen en waarde blijven dan behouden. Wil je dat het standhoudt, dan moet je kunnen laten zien dat de schuldeisers er niet slechter van zijn geworden. Deze stappen helpen daarbij:


  1. Laat een onafhankelijke taxatie maken van alles wat overgaat, ook de immateriële waarde: klantenbestand, handelsnaam, website, lopende contracten en goodwill.
  2. Betaal minimaal die marktwaarde, en zorg dat het geld ook echt wordt overgemaakt. Een koopsom die blijft staan als lening van de oude bv aan de nieuwe, zonder zekerheid, is voor schuldeisers weinig waard.
  3. Laat de opbrengst in de oude bv en gebruik die voor alle schuldeisers samen, volgens de wettelijke rangorde. Betaal jezelf, je holding of familie er niet eerst mee terug.
  4. Leg je afwegingen vast in een bestuursbesluit: waarom het nodig was, welke alternatieven je bekeek en hoe je de prijs bepaalde. Dat stuk wil de curator later zien.
  5. Neem het personeel mee volgens de regels van overgang van onderneming en laat dat vooraf juridisch toetsen.
  6. Houd de administratie van de oude bv compleet en bewaar die, zodat je direct kunt leveren als een curator erom vraagt.
  7. Overweeg open overleg met de grootste schuldeisers. Een schuldeiser die vooraf instemt, stapt achteraf minder snel naar de rechter.


Twijfel je bij een van deze stappen, dan is dat het moment om te stoppen en advies te vragen. Een fout achteraf herstellen kost vrijwel altijd meer dan het meteen goed doen.

Een sterfhuis of een andere route

Een sterfhuis is niet de enige manier om het gezonde deel van je bedrijf te redden. Met een akkoord via de WHOA kun je schulden saneren terwijl je zelf aan het roer blijft. Schuldeisers stemmen per klasse en de rechter moet het akkoord daarna goedkeuren (homologeren). Hoe dat werkt, lees je op onze pagina over het WHOA-traject.


Daarnaast is er de doorstart uit faillissement. Daarbij verkoopt de curator de activa en kan jij, of een ander, een bod doen. Het grote verschil met een sterfhuis: de curator bewaakt de prijs, dus het risico op terugdraaien en aansprakelijkheid voor de verkoop zelf is kleiner. Je geeft wel de regie uit handen. Welke routes er zijn en wat ze kosten, lees je in ons artikel over een doorstart na faillissement.


Wat voor jouw bedrijf de beste keuze is, bepalen drie dingen: hoe hoog je schulden zijn, wat het gezonde deel waard is en hoe je belangrijkste schuldeisers erin staan.

Onderwerp Bron
Strafbaarheid van de bestuurder bij onttrekken, buitensporig vervreemden en bevoordelen, maximaal zes jaar. artikel 343 Wetboek van Strafrecht, wetten.overheid.nl (geraadpleegd 17 oktober 2026)
Buitensporige uitgaven door bestuurder, maximaal twee jaar. artikel 342 Wetboek van Strafrecht
Bepalingen voor de gefailleerde natuurlijke persoon. artikelen 340 en 341 Wetboek van Strafrecht
Strafbaarheid van derden, maximaal vier jaar en zes maanden. artikel 344 Wetboek van Strafrecht
Administratie niet aan de curator geven of niet voeren. artikelen 344a en 344b Wetboek van Strafrecht
Geldboete vijfde categorie per 1 januari 2026: 110.000 euro. artikel 23 lid 4 Wetboek van Strafrecht, wetten.overheid.nl
Faillissementspauliana en het vermoeden van wetenschap binnen een jaar. artikelen 42, 43 en 47 Faillissementswet

Veelgestelde vragen

Wat is een sterfhuisconstructie in het kort?

Het gezonde deel van een bedrijf wordt overgezet naar een andere vennootschap, terwijl de schulden en verliezen achterblijven in de oude bv. Die oude bv, het sterfhuis, gaat daarna vaak failliet. Het is geen wettelijk begrip. Of het mag, hangt af van de prijs en van wat er met de opbrengst gebeurt.

Is een sterfhuisconstructie hetzelfde als een doorstart?

Nee. Bij een sterfhuis verkoopt de bv de activa zelf, vóór een faillissement, op jouw besluit als bestuurder. Bij een doorstart uit faillissement verkoopt de curator ze, ná de uitspraak. Bij een doorstart toetst de curator de prijs. Bij een sterfhuis moet je zelf kunnen aantonen dat die eerlijk was.

Kan de koper van de activa ook strafbaar zijn?

Ja. Volgens artikel 344 Sr is ook strafbaar wie bij het faillissement van een ander goederen aan de boedel onttrekt of zich wederrechtelijk laat bevoordelen, wetende dat schuldeisers daardoor worden benadeeld. De maximumstraf is vier jaar en zes maanden gevangenisstraf. Dat geldt ook voor jouw nieuwe bv of een familielid dat de activa overneemt.

Hoe ver kijkt de curator terug?

Voor de pauliana geldt geen vaste termijn. Voor handelingen in het laatste jaar voor het faillissement wordt in een aantal gevallen vermoed dat beide partijen wisten dat schuldeisers werden benadeeld (artikel 43 Fw). Voor aansprakelijkheid wegens onbehoorlijk bestuur kijkt de curator drie jaar terug (artikel 2:248 lid 6 BW). Ook voor een bestuursverbod telt gedrag in de drie jaar voor het faillissement.

Mag ik zelf kiezen welk personeel meegaat naar de nieuwe bv?

Bij een sterfhuis vóór het faillissement meestal niet. Gaat een onderneming of een zelfstandig onderdeel over, dan gaan de arbeidsovereenkomsten van de medewerkers die daar werken van rechtswege mee (artikel 7:663 BW). Alleen bij een verkoop uit een faillissement geldt een uitzondering (artikel 7:666 BW).