Rechtmatigheidsonderzoek door de curator: wat het voor jou als bestuurder betekent


Je bv is failliet verklaard. Een paar dagen later komt er een e-mail van de curator. Hij wil de complete administratie hebben, vraagt de inloggegevens van het boekhoudpakket op en wil een afspraak om "de gang van zaken" te bespreken. In zijn eerste verslag staat een zin die je niet meer loslaat: de curator is gestart met het rechtmatigheidsonderzoek.

Dat klinkt als een verdenking, en veel bestuurders schrikken ervan. Toch is het een vaste stap in elk faillissement. Hieronder lees je wat de curator gaat bekijken, hoe ver hij terugkijkt en wat je zelf kunt doen om je positie sterk te houden.

Wat is een rechtmatigheidsonderzoek?

Een rechtmatigheidsonderzoek is het onderzoek van de curator naar de oorzaken van het faillissement en naar alles wat in de aanloop ernaartoe mogelijk niet in orde was. De term komt uit de praktijk. De taak zelf ligt sinds 2017 vast in artikel 68 lid 2 van de Faillissementswet: de curator gaat na of er onregelmatigheden zijn die het faillissement hebben veroorzaakt, de afwikkeling bemoeilijken of het tekort in het faillissement hebben vergroot.


Stuit hij op iets, dan informeert hij de rechter-commissaris daar vertrouwelijk over. Vindt de curator of de rechter-commissaris het nodig, dan doet de curator melding of aangifte bij de bevoegde instanties.



De curator behartigt de belangen van de gezamenlijke schuldeisers. Met het onderzoek gaat hij onder meer na of er geld of bezittingen terug te halen zijn voor die schuldeisers. Dat kan bij jou als bestuurder zijn, maar ook bij een afnemer die iets te goedkoop kocht of bij een familielid dat vlak voor het faillissement nog geld kreeg. Daarnaast heeft het onderzoek een maatschappelijke kant: onregelmatigheden moeten boven water komen, ook als dat de schuldeisers niets oplevert.


.

Wat de curator precies bekijkt

Welke onderwerpen de curator onderzoekt, verschilt per faillissement. Deze punten komen vaak aan bod:



  • De administratie. Kon je op elk moment zien welke rechten en verplichtingen de bv had? Dat eist artikel 2:10 BW. Ontbrekende stukken of een boekhouding die maanden achterloopt, vallen direct op.
  • De jaarrekeningen. Zijn ze op tijd bij de KVK gedeponeerd? Daarvoor heb je tot twaalf maanden na het einde van het boekjaar (artikel 2:394 lid 3 BW).
  • Betalingen in de laatste periode. Wie is er nog betaald toen het al slecht ging, en wie niet? Dat ziet de curator terug in de bankafschriften.
  • Transacties met jou en je familie. Denk aan aflossingen op je eigen lening aan de bv, een auto die naar een familielid ging of inventaris die voor een lage prijs is verkocht.
  • Je rekening-courant. Heb je via de rekening-courant een schuld aan de bv, dan gaat de curator die vordering namens de boedel bij je innen. Hoe dat werkt, lees je in ons artikel over een rekening-courantschuld bij faillissement.
  • Het moment van de omslag. In de praktijk probeert de curator vast te stellen vanaf wanneer je wist of had moeten weten dat een faillissement niet meer te voorkomen was. Dat moment heet ook wel de peildatum. Wat daarna nog gebeurde, wordt kritischer bekeken.


Bij ingewikkelde dossiers kan de curator een forensisch accountant inschakelen.

Hoe ver kijkt de curator terug?

Dat hangt af van wat de curator onderzoekt. Er gelden verschillende termijnen naast elkaar:


  • Drie jaar voor de aansprakelijkheid uit artikel 2:248 BW. Een vordering op grond van dit artikel kan alleen gaan over onbehoorlijk bestuur in de drie jaar voor het faillissement (lid 6). Voor andere grondslagen, zoals artikel 2:9 BW, geldt die grens niet (lid 8).
  • Drie jaar voor de inlichtingenplicht. Ook wie in de drie jaar voor het faillissement bestuurder of commissaris was, moet de curator informatie geven en meewerken (artikel 106 Faillissementswet). Ben je afgetreden, dan blijf je dus niet buiten beeld.
  • Eén jaar voor de strengste pauliana-regels. Voor bepaalde handelingen die de bv in het jaar voor het faillissement verrichtte zonder daartoe al eerder verplicht te zijn, vermoedt de wet dat zowel de bv als de wederpartij wisten dat de schuldeisers werden benadeeld. Tegenbewijs is mogelijk. Dit geldt onder meer voor handelingen met een bestuurder of commissaris, diens partner of familieleden tot in de derde graad, of een aandeelhouder die, al dan niet samen met familie, minstens de helft van de aandelen heeft (artikel 43 Faillissementswet). Bij een schenking in dat jaar wordt vermoed dat de bv wist dat schuldeisers werden benadeeld (artikel 45).
  • Geen vaste grens voor de gewone pauliana. Ook buiten dat ene jaar kan de curator een onverplichte handeling vernietigen. Dan moet hij zelf bewijzen dat er wetenschap van benadeling was (artikel 42).


De bv moet haar administratie zeven jaar bewaren (artikel 2:10 lid 3 BW). Heb je oude stukken weggegooid of zijn ze niet meer beschikbaar, dan werkt dat tegen je.

Jouw plichten als bestuurder

Na de faillietverklaring heb je als bestuurder een aantal harde verplichtingen tegenover de curator. Ze staan in de artikelen 105, 105a en 106 van de Faillissementswet.


  • Inlichtingen geven als erom wordt gevraagd. Vraagt de curator, de rechter-commissaris of de schuldeiserscommissie om inlichtingen, dan ben je verplicht die te geven.
  • Uit jezelf melden wat belangrijk is. Je moet de curator ook ongevraagd informeren over feiten die je kent of behoort te kennen en die van belang zijn voor de boedel. Denk aan een betaling aan jezelf vlak voor het faillissement.
  • De administratie meteen afgeven. Volledig en ongeschonden, inclusief digitale bestanden. Zo nodig moet je er ook voor zorgen dat de curator de bestanden kan openen, bijvoorbeeld door wachtwoorden te geven of toegang tot het boekhoudpakket te regelen.
  • Meewerken aan de afwikkeling. Dat betekent dat je op afspraken verschijnt en vragen binnen redelijke tijd beantwoordt.



Deze plichten gelden ook voor iemand die zonder formeel bestuurder te zijn feitelijk het beleid bepaalde (een feitelijk beleidsbepaler). Je accountant of administratiekantoor moet de administratie eveneens aan de curator geven als de curator erom vraagt. Hij mag de stukken niet achterhouden omdat er nog een factuur openstaat (artikel 105b Faillissementswet).

Wat er gebeurt als je niet meewerkt

Zwijgen of stukken achterhouden werkt altijd tegen je. De wet kent daarvoor zware sancties:


  • Gijzeling. De rechtbank kan bevelen dat je in verzekerde bewaring wordt gesteld als je je verplichtingen niet nakomt, of als er gegronde vrees is dat je dat niet zult doen. Dat bevel geldt voor maximaal dertig dagen en kan steeds met dertig dagen worden verlengd (artikel 87 in samenhang met artikel 106 Faillissementswet).
  • Een bestuursverbod. Schiet je, ondanks een verzoek van de curator, ernstig tekort in het geven van informatie of het verlenen van medewerking, dan kan de rechtbank je een bestuursverbod opleggen (artikel 106a). Je mag dan maximaal vijf jaar geen bestuurder of commissaris van een bv of andere rechtspersoon zijn, en het verbod wordt ingeschreven in het handelsregister (artikel 106b).
  • Strafrecht. Wie opzettelijk en zonder geldige reden niet verschijnt, weigert informatie te geven of opzettelijk onjuiste of onvolledige informatie geeft, riskeert een gevangenisstraf van maximaal één jaar of een geldboete (artikel 194 Wetboek van Strafrecht).


Daarnaast bepaalt je houding hoe de curator naar het hele dossier kijkt. Moet hij alles opvragen en najagen, dan groeit het wantrouwen.

Zo verloopt het onderzoek

De wet schrijft niet voor hoe een curator het onderzoek moet uitvoeren. In de praktijk ziet het er vaak zo uit:


  1. Eerste contact. Vaak al in de eerste dagen. De curator bezoekt het bedrijf of nodigt je uit op zijn kantoor, stelt de boedel veilig en vraagt de administratie op.
  2. Overdracht van stukken. Jaarrekeningen, grootboek, bankafschriften, contracten, notulen en correspondentie met de bank en de Belastingdienst.
  3. Vragen en gesprekken. Na het doornemen van de stukken volgen vragen, soms schriftelijk en soms in een gesprek. Vraag de curator of hij het gesprek vastlegt en of je het verslag daarvan mag controleren.
  4. Verslag aan de rechtbank. In de regel brengt de curator elke drie maanden een openbaar faillissementsverslag uit (artikel 73a Faillissementswet). Daarin legt hij ook verantwoording af over zijn onderzoek naar onregelmatigheden.
  5. Conclusie. De curator beslist of hij verdere stappen onderneemt. Voor een procedure heeft hij in de regel een machtiging van de rechter-commissaris nodig (artikel 68 lid 3 Faillissementswet).



Aan die openbare verslagen heb je veel. Je leest daarin wat de curator al heeft onderzocht en welke vragen nog openstaan. Zo kom je niet voor verrassingen te staan.

Hoe lang duurt het?

Daar is geen vaste termijn voor. Bij ingewikkelde faillissementen kan het onderzoek jaren duren. Bij een kleine bv met een overzichtelijke administratie kan het een stuk sneller gaan.


Wat de duur vooral bepaalt:

  • hoe compleet en bijgewerkt de administratie is;
  • of er transacties zijn die uitleg nodig hebben, zoals betalingen aan gelieerde partijen;
  • hoe snel jij en je accountant reageren op vragen;
  • of de curator een externe deskundige moet inschakelen.


Snel en volledig aanleveren is dus ook in je eigen belang. Een kort onderzoek betekent dat je eerder weet waar je aan toe bent.



De mogelijke uitkomsten

Een rechtmatigheidsonderzoek leidt lang niet altijd tot maatregelen tegen de bestuurder. Dit kan het onderzoek opleveren:


  • Geen onregelmatigheden. De curator meldt in zijn verslag dat hij niets heeft gevonden dat verdere stappen rechtvaardigt. Daarmee is het onderzoek voor jou afgerond.
  • Vernietiging van een handeling. Vindt de curator een onverplichte handeling die de schuldeisers benadeelde, dan kan hij die met een buitengerechtelijke verklaring vernietigen (artikel 42 Faillissementswet). Voorwaarde is dat de bv, en meestal ook de wederpartij, wist of behoorde te weten dat de schuldeisers daardoor benadeeld zouden worden. Een gewone betaling van een opeisbare schuld kan hij alleen onder strenge voorwaarden terugdraaien: de ontvanger wist dat het faillissement al was aangevraagd, of de betaling kwam voort uit overleg om hem voor te trekken (artikel 47). Wie iets heeft ontvangen, moet dat aan de curator teruggeven (artikel 51).
  • Aansprakelijkstelling van de bestuurder. Heeft het bestuur zijn taak kennelijk onbehoorlijk vervuld en is dat een belangrijke oorzaak van het faillissement, dan is iedere bestuurder hoofdelijk aansprakelijk voor het tekort in het faillissement (artikel 2:248 BW). Die aansprakelijkheid gaat over het hele tekort, dus over meer dan alleen de schade die door het onbehoorlijk bestuur is ontstaan.
  • Een schikking. Na een aansprakelijkstelling kunnen jij en de curator ook een schikking treffen: je betaalt een bedrag en daarmee is de zaak afgedaan. Zo'n schikking heeft de goedkeuring van de rechter-commissaris nodig (artikel 104 Faillissementswet).
  • Melding of aangifte. Bij vermoedens van strafbare feiten kan de curator melding of aangifte doen.
  • Een bestuursverbod. Dat kan bijvoorbeeld als je onherroepelijk aansprakelijk bent verklaard, of als je eerder al twee keer betrokken was bij een faillissement en jou daarvan persoonlijk een verwijt treft.


Let op het bewijsvermoeden in artikel 2:248 lid 2 BW. Is de administratie niet goed bijgehouden of de jaarrekening te laat gedeponeerd, dan staat vast dat het bestuur zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld. De wet gaat er dan bovendien van uit dat dit een belangrijke oorzaak van het faillissement was. Dat tweede vermoeden kun je weerleggen door aannemelijk te maken dat het faillissement andere oorzaken heeft. Een onbelangrijk verzuim telt niet mee.


Je hebt ook andere verweermogelijkheden. Kun je als individuele bestuurder bewijzen dat de onbehoorlijke taakvervulling jou niet te verwijten is en dat je niet nalatig bent geweest in het nemen van maatregelen om de gevolgen af te wenden, dan ben je niet aansprakelijk (lid 3). Daarnaast kan de rechter het bedrag verlagen als het hem bovenmatig voorkomt, gelet op de ernst van het onbehoorlijk bestuur, de andere oorzaken van het faillissement en de manier waarop het faillissement is afgewikkeld. Hij kan ook rekening houden met hoe lang je in die periode bestuurder was (lid 4). In ons artikel over bestuurdersaansprakelijkheid bij een dreigend faillissement lees je welke keuzes er in de fase daarvoor toe doen.

Ook bij een lege boedel kan de curator doorzetten

Veel bestuurders denken: er zit geen geld meer in de bv, dus de curator kan geen onderzoek betalen. Dat klopt niet altijd. Via de Garantstellingsregeling curatoren (GSR 2023), uitgevoerd door Justis, kan een curator bij een lege of bijna lege boedel een garantstelling aanvragen. Daarvoor heeft hij de goedkeuring van de rechter-commissaris nodig. De garantstelling dekt onder meer de kosten van een vooronderzoek of verhaalsonderzoek. Ook een procedure wegens vermoedelijk onbehoorlijk bestuur of faillissementspauliana valt eronder.

De regeling geldt alleen bij faillissementen van rechtspersonen, zoals een bv. Een lege boedel betekent voor jou als bestuurder van een bv dus niet dat er niets gebeurt.

Zo bereid je je voor

Op het verloop van het onderzoek heb je zelf veel invloed. Met deze stappen bereid je je goed voor:


  1. Zet de administratie op een rij. Zorg dat de boekhouding tot aan de faillissementsdatum is bijgewerkt en dat alle stukken van de laatste zeven jaar compleet zijn.
  2. Maak een eigen tijdlijn. Schrijf op wanneer het misging, welke signalen je zag en welke besluiten je nam. Met de notulen en e-mails erbij kun je onderbouwen waarom je deed wat je deed.
  3. Maak een overzicht van de gevoelige transacties. Denk aan betalingen aan jezelf, je familie of gelieerde bedrijven in het laatste jaar, verkopen van bezittingen en aflossingen op eigen leningen. Bedenk hoe je die uitlegt voordat de curator ernaar vraagt.
  4. Controleer je deponeringen. Zoek bij de KVK op wanneer de jaarrekeningen van de laatste drie jaar zijn gedeponeerd. Was je te laat, dan weet je dat het bewijsvermoeden van artikel 2:248 lid 2 BW kan gelden.
  5. Stem af met je accountant. Hij moet de administratie aan de curator geven. Bespreek vooraf welke stukken hij heeft en of alles klopt.
  6. Beantwoord vragen volledig en op tijd. Ook als het antwoord ongemakkelijk is. Een eerlijk verhaal met stukken erbij weegt zwaarder dan een verhaal dat later bijgesteld moet worden.
  7. Schakel op tijd hulp in. Zeker als je een aansprakelijkstelling ontvangt, of als er een gesprek over een schikking komt.


Wil je weten wat de curator verder met je bezittingen mag doen? Lees dan meer in wat een curator wel en niet in beslag mag nemen.


Onderwerp Bron
Taak van de curator om onregelmatigheden te onderzoeken en de rechter-commissaris te informeren. artikel 68 lid 2 Faillissementswet, wetten.overheid.nl (versie geldend vanaf 1 september 2026)
Machtiging van de rechter-commissaris voor een procedure. artikel 68 lid 3 Faillissementswet
Openbaar verslag in de regel elke drie maanden, met verantwoording van het onderzoek. artikel 73a Faillissementswet
Schikking alleen met goedkeuring van de rechter-commissaris. artikel 104 Faillissementswet
Inlichtingenplicht, medewerkingsplicht en afgifte van de administratie, ook voor oud-bestuurders en feitelijk beleidsbepalers. artikelen 105, 105a en 106 Faillissementswet

Veelgestelde vragen

Hoeveel jaar kijkt de curator terug?

Voor bestuurdersaansprakelijkheid op grond van artikel 2:248 BW kijkt de curator drie jaar terug. Voor de strengste pauliana-regels geldt het jaar voor het faillissement. De bv moet haar administratie zeven jaar bewaren. De curator kan alles opvragen wat er nog is.

Ik ben al afgetreden als bestuurder. Moet ik dan nog meewerken?

Ja. Wie in de drie jaar voor het faillissement bestuurder of commissaris was, heeft dezelfde plicht om informatie te geven en mee te werken (artikel 106 Faillissementswet). Ook kan de curator je op grond van artikel 2:248 BW aanspreken voor onbehoorlijk bestuur uit de periode dat je nog in functie was, voor zover die periode binnen de drie jaar voor het faillissement valt.

Kan ik lezen wat de curator over mij schrijft?

Grotendeels wel. Het faillissementsverslag ligt gratis ter inzage bij de griffie van de rechtbank, en meestal vind je het ook in het Centraal Insolventieregister. In dat verslag lees je hoe ver het onderzoek naar onregelmatigheden is gevorderd. Houd er wel rekening mee dat de curator de rechter-commissaris daarnaast vertrouwelijk informeert. Dat deel is niet openbaar.

Mijn accountant wil de administratie pas afgeven als zijn factuur is betaald. Mag dat?

Nee. Een accountant of administratiekantoor moet de administratie op verzoek van de curator volledig ter beschikking stellen en kan zich niet beroepen op een retentierecht (artikel 105b Faillissementswet). Afspraken die daar iets anders over zeggen, zijn nietig.

De aandeelhouders hebben mij decharge verleend. Ben ik dan beschermd?

Voor een vordering op grond van artikel 2:248 BW niet. Artikel 2:248 lid 6 BW bepaalt dat decharge (in de wet: kwijting) de curator niet belet om een vordering in te stellen. Ook kun je een vordering die je zelf nog op de bv hebt niet verrekenen met je aansprakelijkheid.